Korte keten als overlevingsmodel van de landbouw?

Korte keten als overlevingsmodel van de landbouw?

steven desairSteven Desair is oprichter van Eatmosphere, dat voedseloverschotten ophaalt voor sociale organisaties en mensen bewust maakt rond voedselverspilling en won hiermee de
Culinary Innovator Sustainability 2018 award van Gault & Millau.

©Steven Desair

Door de huidige coronacrisis kopen mensen massaal hun voedingsmiddelen bij zogenaamde korte keten-boeren. Korte keten betekent rechtstreeks bij de boeren of producenten kopen. Op die manier kunnen landbouwers of producenten de prijs en het aanbod zelf bepalen. De consumenten kopen weer rechtstreeks bij de boeren omdat ze tijdens deze publieke gezondheidscrisis gezonder willen eten. Ze hebben de tijd om stil te staan bij waar hun voeding vandaan komt en steunen graag de lokale economie in deze moeilijke tijden.

Korte keten heeft dan ook alleen maar voordelen. Ten eerste eet je volgens de seizoenen, wat minder impact op onze natuur heeft. Het komt daarnaast je gezondheid ten goede, want de seizoensgebonden fruit en groenten bevatten de vitamines die je op dat moment nodig hebt. Verder betaal je een eerlijke prijs, omdat er geen winstmarges naar tussenpartijen gaan. Het is ten slotte veel smakelijker doordat het in het seizoen geteeld is en je leert daarbovenop je boeren weer kennen.

Zo geniet ik zelf ook wekelijks van een zeer divers aanbod groenten van Boer Matthias, 30 jaar en de vierde generatie op boerderij Seizoensmaak. Een aantal jaar geleden besloot Matthias om resoluut een andere weg in te slaan: kleinschalige productie en rechtstreeks verkopen aan de klant. Hij wou vooral ook weer zijn eigen prijzen bepalen. Toen ze maar een beperkt aantal gewassen verbouwden en samenwerkten met de veiling, was dat anders. Matthias legt het even uit:

“Op de veiling geef je je producten af zonder op voorhand de prijs te kennen. De keurder van de veiling bepaalt de prijscategorie op basis van esthetische eisen. In de veilingzaal geldt de wet van vraag en aanbod. De prijs start bij de bepaalde prijscategorie en daalt tot er een van de inkopers van de supermarkten afdrukt. Voor de inkopers is het dus een sport om voor de supermarkten die prijs zo laag mogelijk te houden. Zo gebeurde het regelmatig dat er onder andere door een overaanbod lager was geboden dan de productieprijs. Helaas merkt de consument niets van die prijsschommelingen. Consumenten kennen veelal de realiteit achter de prijs op hun kassaticket niet. Ze betalen waarschijnlijk dezelfde prijs maar weten niet dat de boeren een veel lagere prijs hebben gekregen voor die producten. Als boer probeer je de kostprijs te drukken door meer te produceren. Maar zoals we net geleerd hebben; overaanbod keldert de prijs. Een straatje zonder eind.”

Matthias is blij met de keuze om uit dat systeem te stappen en ik ben ervan overtuigd dat ik dat ook proef. Hij koos voor meer economische zekerheid en stabiliteit. Hij koos voor kwaliteit in plaats van kwantiteit. Hij koos voor vrijheid.

Van B(oer) tot Z
Vandaag is zijn omzet tijdens deze vreemde periode met 200% gestegen. Mooi toch? Alleen zie ik boer Matthias tijdens de corona-‘hoogdagen’ ook nu nog elke week met zijn handen in het haar zitten. Een verdubbeling van de verkoopcijfers is bij boeren namelijk niet zo eenvoudig als 1+1=2. Er komt veel meer bij kijken. Laat ons even mee-boeren met Matthias.

Hij doet letterlijk alles zelf. Van de administratie, het verpakken, de HR, sales, logistiek tot en met het zaaien en oogsten. De structuur van een groot bedrijf gecomprimeerd in een ambachtelijk beroep. Als je zo klein bent en zo veel op je boterham neemt, dan kan je niet zomaar twee keer zo snel schakelen. De omzetstijging doet inderdaad pijn.

Wat betekent een omzet van 200% als je je kosten maar nauwelijks kunt dekken? Matthias schakelde de tussenpartijen, zoals de veiling en de supermarkten, uit om meer marge voor zich houden, maar hij heeft hierdoor nu ook meer kosten omdat hij alles voor eigen rekening neemt.

Stel zijn werkelijke kost om een preistengel te produceren is één euro maar hij verkoopt die aan 80 eurocent, dan verliest hij dus 20 eurocent per preistengel. Een stijging in verkoop is dan vooral niet wenselijk. Je denkt waarschijnlijk: “Verkoop die preistengel gewoon aan anderhalve eurocent.” Alleen komen we weer bij de wet van vraag een aanbod.

Matthias wil toch niet te ver afwijken van de prijzen van de supermarkten, want anders wordt hij bestempeld als (te) duur. Hij betaalt een prijs voor de beperkte vrijheid die hij heeft gekocht door afstand van de veiling te nemen. Zijn onderneming heeft het moeilijk om te concurreren met kwantiteit en efficiëntie. Het is een verhaal zoals dat van David en Goliath.

 

 

In de schaduw van multinationals
3 verse courgettes in handenConcurreren met multinationals, die duizenden werknemers en verschillende mathematische modellen die het aankoop- en verkoopbeleid bepalen hebben, is een brug te ver voor het kleine economische model van Matthias. Schaalgrootte dicteert de wet in deze maatschappij. Die invloed zie je zelfs bij de huidige coronamaatregelen die kleine boerenmarkten verbieden, maar grote supermarkten met dagelijks duizend tot drieduizend personen bezoekers wel toelaten. Twee maten, twee gewichten.

Versta me niet verkeerd, we moeten inderdaad steeds meer monden voeden en dat moet uiteraard betaalbaar zijn voor iedereen. De industriële revolutie in de landbouw en supermarkten zijn innovatieve oplossingen geweest op die vraag. Alleen zijn er met die evolutie heel wat verborgen kosten mee in het proces geslopen. Om maar twee op te noemen: de impact van pesticiden op onze gezondheid en onze natuur.

Stel je voor dat we die verborgen gezondheidskosten en het verlies van natuurrijkdom kunnen berekenen en toevoegen aan de prijs van gangbare producten. Onze voeding zou onbetaalbaar worden. Zou het dan niet (financieel) gezonder zijn om te kiezen voor kwalitatief hoogwaardige voeding die toegankelijk is voor iedereen?

Korte keten is en blijft cruciaal
Het korte-keten-proces kan dan ook een cruciale rol spelen in de transitie naar een ander voedselsysteem. Alleen hebben deze pioniersboeren ondersteuning in hun groei nodig. Overheden, onderzoeksinstellingen, burgers en bedrijven: allen kunnen meedenken met Matthias en hem dus helpen ons van smakelijke, gezonde en lokale voeding te voorzien op een duurzame manier voor hem, onze maatschappij, onze natuur én onze centen. Niet alleen tijdens deze crisis, maar ook in de post-corona-periode.

Begin alvast met je lokale seizoensboer(en) op te zoeken of help misschien eens mee. Waardeer hun beroepsfierheid en passie.

Ze beoefenen ten slotte een van de oudste beroepen ter wereld, co-creëren onze natuur en landschap, stimuleren toerisme en de horeca door de typische streekproducten. Ze bepalen mee de identiteit van een regio.

Denk maar aan de Noordzeegarnaal, kaviaar van de Belgen, de Boechoutse appelstreek, de Mechelse asperges, de mattentaarten van Geraardsbergen, Brabants grondwitloof en zo verder. Het wordt tijd om deze onderbetaalde helden, deze Don Quichot’s, een podium te geven.

Het slotwoord geef ik graag aan Matthias:

“Als bedrijf willen we in de toekomst niet meer land gebruiken, maar het land wel beter gaan gebruiken; optimaal gebruik maken van de seizoenen en natuurlijke eigenschappen van de planten. Uiteindelijk is het namelijk wel de bedoeling dat wij, de kleinere producenten, de grote steden kunnen gaan voeden. Maar hiervoor hebben we ook ondersteuning nodig vanuit de consument, maar ook vanuit de overheid en gemeentes. Alleen dan kan het meegenomen worden in de plannen voor de stedenbouw, in het beleid van de overheid. Ik hoop dat in de toekomst er een groter bewustzijn is onder mensen waar hun eten vandaan komt, hoe het verbouwd is en waarom dat nou zo ontzettend belangrijk is.”

Bon appétit.

Ook verschenen in Apache

 

Het is zomer van de korte keten, klik hier voor meer info!

Leave a Reply